Less may be more; reducing and rationalizing polypharmacy in schizophrenia

Richtlijnen voor behandeling van schizofrenie bevelen behandeling aan met 1 antipsychoticum tegelijkertijd. Ongeveer 30% van de patiënten wordt echter behandeld met 2 of meer antipsychotica tegelijkertijd, polyfarmacie genaamd. Dat wijst erop dat er een rationale is voor antipsychotische polyfarmacie, ondanks gebrek aan bewijs voor effectiviteit.

In deze open gerandomiseerde studie worden in vijf deelnemende centra (GGZ Friesland, de afdeling psychiatrie van het UMCU, Lentis, GGZ Drenthe en het UCP/UMCG) ruim 250 patiënten met schizofrenie geïncludeerd, die met polyfarmacie worden behandeld en in principe bereid zijn hun medicatie te wijzigen. Zij worden gerandomiseerd over een experimentele conditie waarin de polyfarmacie wordt onderzocht en indien aangewezen bijgesteld en een controle conditie, waarin de medicamenteuze behandeling als tevoren wordt voortgezet. De experimentele conditie houdt in dat met behulp van een beslisboom wordt nagegaan wat volgens de richtlijnen de aangewezen behandeling zou zijn. Deze beslisboom biedt in in selecte gevallen ruimte voor polyfarmacie. Het design is intention to treat, wat inhoudt dat patiënten desgewenst  niet de richtlijn behoeven te volgen, die door de beslisboom wordt aangewezen. Na maximaal 3 maanden wordt de verder te vervolgen medicatie vastgesteld.

Primaire uitkomstmaat is time to all cause discontinuation. De haalbaarheid van het geïndividualiseerde richtlijn-advies is een secundaire uitkomst, evenals de proportie gerealiseerde monotherapie van het aantal aangewezen gevallen van monotherapie. De uitkomsten op de gebieden van symptomatologie (en relapses), bijwerkingen, functioneren, en opnamedagen worden eveneens meegenomen.

De studie is gestart op 1 april 2014, de inclusie duurt 1 jaar, en de follow-up eveneens.

 

Contact:

Lex Wunderink, lex.wunderink@ggzfriesland.nl